zondag 16 mei 2010

Dag 23 en 24: 15 en 16 mei 2010 - Terugreis


De laatste dag vandaag. Ik had nog de hele ochtend, dus was er tijd om nog even iets leuks te doen. In het motel koffie genomen en een bagel met cream cheese erbij.

's Middags moest de auto ingeleverd worden op het vliegveld. Dat was zo gebeurd. Er werd een printje uitgedraaid en klaar.

De vlucht vertrok met een half uur vertraging. Vervelend want ik zou in Rome maar 45 minuten overstaptijd hebben. Dat werd een kwartier. Ik moest nog door de douane en de handbagage moest weer over de band door de scan. Net op tijd kwam ik bij het vliegtuig aan. Ik mocht mee, maar er was één voorwaarde. De bagage zou het niet meer halen vanwege de vertraging. Daarom zetten ze mij en nog wat andere mensen toch maar op de volgende vlucht. Een gezin met drie kinderen was echt not amused. In plaats van om negen uur te vertrekken werd het half twee. Daar kwam ook nog een kwartiertje bij wegens vertraging. Ja, Alitalia had het goed voor elkaar. Zeer onsympathiek personeel bovendien. Het enige dat de medewerker aan de ticketbalie in Rome kon uitkramen was: “One o’clock, gate D-1, bye” en vervolgens werd de instapkaart mij iets te hard toegeschoven. Zo ga je niet met klanten om! Verplicht op cursus in Amerika.

Half vijf zondagmiddag landden we op Schiphol. Bagage duurde een tijdje. Trein naar Tilburg genomen en weer thuis. Er was niks veranderd. Alles bleek hetzelfde.

Met een tevreden gevoel kijk ik terug op deze mooie reis. Vijf albums vol met foto’s en heel veel herinneringen. De roadtrip was zeker voor herhaling vatbaar.

Iedereen bedankt voor het meelezen en ik zie alweer uit naar een volgende Amerikareis.

--- Einde ---

zaterdag 15 mei 2010

Dag 22: 14 mei 2010 - Reis Kissimmee - Miami


Vandaag stond er een reis gepland van circa 380 kilometer. Deels via de kust naar Miami. Natuurlijk begon ik met het continental breakfast in het hotel.

Om de kust te bereiken had ik de US-192 genomen. Na het verlaten van het drukke deel bleek het een redelijk snelle verbinding. Tolvrij en je zou nog eens wat zien. Dacht ik tenminste. Het zicht bleek niet zo geweldig te zijn. Er vlogen zoveel insecten tegen de auto aan dat het geen enkele zin had om de ruiten te sproeien. Iedereen had hier last van. De voorkant van de auto was een grote begraafplaats. Ter hoogte van Melbourne reed ik de snelweg I-95 op. Het schoot iets beter op. In Palm Beach ben ik eraf gegaan.

Aangekomen in Palm Beach moest er getankt worden. Het lampje brandde al geruime tijd en ik wilde niet onderweg al tanken. Liever bij het eindpunt. Normaal geen probleem. Het boekje van de auto zei: “Als het lampje brandt zit er nog circa 6 liter benzine in de auto.” Meestal zijn er tankstations zat. Ik vond er een. Helaas was er geen benzine. Het druksysteem van de pompen was kapot. Ander tankstation dan maar. Tomtom wees me de weg naar de Shell. Het bekende gele Shell-gebouw stond er, maar de pompen waren verdwenen. Dat ging lekker. 2,5 Kilometer verderop het weer eens geprobeerd en daar lukte het. Met 10 dollar moest ik het wel halen tot morgen bij het vliegveld.
Ik heb meteen bij een broodjeszaak in de buurt gegeten. Twee sneeën bruinbrood met tonijnsalade (die lekkere Amerikaanse weer) en een paar blaadjes sla. Voor de variatie hadden ze er een half doorgesneden augurk naast gelegd. Je betaalde hier meer voor de naam en de presentatie van de boterham. Het ding kostte ongeveer 6 dollar. Daar maak ik er thuis heel wat voor. Er zat zoveel tonijn op dat je er goed vol van zat. Dat dan weer wel.
Palm Beach bleek een bijzonder nette badplaats. Iets te netjes. Het was meteen duidelijk waar al die miljoenen waren gebleven die tijdens de kredietcrisis waren verdampt. Ze zaten hier in onroerend goed en dikke auto’s. Veel politie voor de veiligheid, nette wegen. Heel wat anders dan die totaal verrotte straten in de buitenwijken van de grote steden. Voor Amerika geldt gewoon: Daar waar flink geld wordt binnengeharkt, ziet het er piekfijn uit. De rest is meestal een afgetrapte bende.
Deze badplaats leverde weer mooie foto’s op. De kerk met zijn mooie tuinen en binnenplaats was de mooiste plek in de stad.

De lucht was vandaag erg vochtig. Kon je merken met ademen. Het leek wel of je ademhaalde boven een pan stomend water. Regen bleef weer uit. Een enkele keer viel er een verdwaalde druppel.

Over de bekende Highway 1 ben ik naar het zuiden gereden. Volgende stop Fort Lauderdale. Een hele bekende badplaats die vooral door de jeugd wordt bezocht. Echt zo’n badplaats van het type Baywatch. De mensen moesten er vooral mooi en hip zijn.
Auto geparkeerd voor maar vier kwartjes per uur en de boulevard verkend. Een levendig geheel. Het leverde leuke foto’s op. Helaas scheen de zon bijna niet. Het werd er alleen maar vochtiger op. Wel stond er veel wind. Toch lagen heel wat mensen op het strand.
Inmiddels was het tijd om te dineren. Nog een keertje iets echt Amerikaans. Een cheese steak. Dat is een zacht stokbrood met gehakt en gesmolten kaas. Ik heb hem op het terras opgegeten. Aardige ober ook. Kwam van Hongarije en vertelde een heel verhaal over orkanen.

De rest van de route liep eveneens over de US-1 terug naar Miami. Het hotel voor deze nacht lag aan Biscayne Boulevard (Motel Blu voor een prijsje van 49 dollar). Zelfde straat als waar ik de eerste drie nachten een hotel had. Deze keer aan een ander stuk. Het bleek een prima kamer met aparte keuken.

Een mooi stukje Amerika was het vandaag weer.

vrijdag 14 mei 2010

Dag 21: 13 mei 2010 - Orlando/Kissimmee


De regio Orlando is een van de grootste toeristische trek- pleisters van Amerika. Disney World, Universal Studios, Kennedy Space Center en Sea World. Alles om de mensen te vermaken ligt hier binnen een straal van 100 kilometer. Voor mij zijn die dingen minder interessant.

Na het ontbijt ben ik eerst naar downtown Orlando gereden. Hierover vind je weinig in reisgidsen. Niet verwonderlijk, want het is geen bijzondere plek. Wat hoge kantoorgebouwen en een hele kleine historische stadskern nabij het oude station in Church Street. Genoeg voor een paar uurtjes, maar niet voor de hele dag. Ik heb er geluncht. Deze keer een wrap met falafelballetjes en allerhande groente. Goed te eten dat spul. De eet- en drinkgelegenheden zaten vol met kantoorpersoneel. Downtown is vooral een zakenwijk.

Na de middag reed ik terug naar Kissimmee. Het stadje ligt aan Lake Tohopekaliga. Ook wel Lake Toho genoemd. Niet te verwarren met Lake Tahoe, 4500 kilometer de andere kant op. Ze hadden langs een deel van het meer een wandelpad met af en toe een pier om te vissen aangelegd. Dit was een van de zogenaamde great Florida birding trails. Veel vogels te zien dus. Je kon er boottochtjes maken. Een groepje islamitische vrouwen deed dat ook. De meneer naast mij moest daar natuurlijk een opmerking over maken. “I hope they won’t blow it up.” Tja… Kissimmee zelf stelde weinig voor. Het had ook een historic district. Zo historisch weer dat ik er zeker één foto heb gemaakt. Kopje vanillecappuccino bij het station en daarna verder.

Ik ben teruggegaan naar het hotel. Niet om niks te gaan doen, want zo laat was het nog niet. Zwemmen in het zwembad en in de zon liggen. Dit Travelodge hotel had een klein zwembad zoals de meeste motels dat hebben.

Na het zonnen heb ik een wandeling gemaakt over het pad langs de grote weg bij het hotel. Zo’n typische Amerikaanse avenue met grote winkels, restaurants en motels. Het avondeten vond plaats bij Panda Express. Een fastfoodketen die Chinees verkoopt. Het werden noodles met kip en rundvlees.

’s Avonds kwam het hier pas echt tot leven. Dé plek waar het allemaal te doen was, heette International Drive. Een aaneenschakeling van attracties, winkels, restaurants en hotels. Een beetje zoals The Strip in Las Vegas, alleen veel korter en met meer lege stukken ertussen. Fijn om een tijdje rond te lopen. Voor op de weg terug naar het hotel nam ik nog een iced coffee bij de 7-Eleven en klaar voor vandaag.

‘Thuis’ verslagje typen, foto’s bewerken en slapen.

donderdag 13 mei 2010

Dag 20: 12 mei 2010 - Reis Savannah - Kissimmee


De dag begon weer met het ontbijtje in het hotel. Daarna spullen gepakt, fooitje neergelegd voor de schoonmaakster en vertrokken. De route van vandaag liep van Savannah naar Kissimmee.

Natuurlijk wilde ik weer wat zien. Het leek me wel leuk om nog een beetje natuurschoon te bekijken. Op circa 2 uur rijden van Savannah lag de Okefenokee Swamp. De afgelopen weken had ik al de moerassen van Florida en Louisiana bezocht. Deze kon er nog wel bij. Via de I-95 reisde ik naar beneden. Onderweg ben ik nog een keer gestopt bij het visitors center voor informatie en toen kon de reis verder. Het was niet de kortste route, maar waarschijnlijk wel de snelste. Toch nog zo’n 190 kilometer.

De Okefenokee Swamp kent drie ingangen. Ik ging voor Waycross. Entree was vrij prijzig (9,5 dollar mét anwb-korting). Meteen bij binnenkomst zag ik al dat dit meer een moeras was van het type fun for the whole family en niet zozeer voor mensen die flink willen wandelen en rust zoeken. Er reed een treintje door het park. Inbegrepen in prijs, dus maar gedaan. De machinist wilde vooral grappig zijn en alles op de treinroute moest dat ook zijn. Totaal nutteloos en het had niks met de natuur te maken. Erg leuk voor kinderen en mensen die nooit iets meemaken. Het ding maakte nog een stop op een eilandje met een indianenhuis. Ik vond de alligators en schildpadden veel interessanter.
Na het treintje volgde er nog een reptielenshow met slangen en babyalligators die al hele scherpe tandjes hebben. Dat was dan wel interessant. Volgens de dierenexpert leven er hier 5 slangen die een dodelijke beet kunnen veroorzaken. Nadat je gebeten bent, heb je een uur de tijd om hulp te zoeken.
Ze hadden een kort houten wandelpad aangelegd door het moeras. Een van de weinige rustige plekjes in het park.
Aan een ander wandelpad kon je zien hoe de alligators en otters werden gevoerd. De grootste alligator was er een van 400 kilo en 75 jaar oud. Een gigantisch beest.
Al met al best een aardig bezoekje aan het park, maar veel te commercieel. Natuurliefhebbers raad ik de Everglades of nog beter het Barataria Preserve in Louisiana aan.

Over de US-1 verder naar het zuiden. Bij Folkston passeerde ik weer de grens met Florida. De snelweg begon ter hoogte van Jacksonville, maar eerst nog een koffie met twee apple pies. Bij Palm Coast heb ik de snelweg weer verlaten. Een tolbrug liep richting het strand. Rechtdoor dacht ik. Dan kom je er wel. Alles bleek echter bij een resort te horen. Dus maar gekeerd en via een uitgang alsnog de gewone weg gevonden. Net voor Flagler Beach was er een openbaar strand. De zon stond al laag, dus er was bijna niemand meer. Fijn plekje om even te zitten. De rest van de kustweg was best mooi. Ik heb hem gevolgd tot Daytona Beach waar ik heb gedineerd bij Subway. Een broodje tonijn met groente. “Welke groente wilt u er allemaal op, meneer?”, vroeg de serveerster. “Van alles een beetje”, zei ik. Het paste nauwelijks. Blijkbaar deden niet veel mensen dit. “Wilt u daar een drankje bij?” Dat hoefde ik niet. Broodje is genoeg. Toen ik het ding half op had, kwam mevrouw nog een keer naar mijn tafeltje: “Weet u zeker dat u geen glas water wilt?” Het is hier in Amerika blijkbaar raar om geen drinken bij je eten te bestellen. “Ik heb mijn hele auto vol met water liggen”, zei ik.

Inmiddels werd het donker en begon ik aan de laatste 125 kilometer naar Kissimmee, onder Orlando. Het was op de snelweg goed te merken dat ik weer in Florida zat. Verkeershufters genoeg. Bumperkleven, groot licht, te hard inhalen. Hier kon het weer allemaal. In Georgia zag je dat niet. Daar hield iedereen zich keurig aan de regels. Waarschijnlijk omdat er erg veel politiecontrole was. Een vriendelijke Amerikaan op Schiphol had mij daar al voor gewaarschuwd.

Hotel voor de komende twee nachten zou het Travelodge in Kissmimmee worden. Vrijwel alle hotels in dit stadje hebben een vriendenprijsje. Al zou je iets duurs willen, dan vind je het niet. Prijs voor deze acommodatie: 58 dollar voor twee nachten (inclusief 4 dollar resort fee). De kamer is erg groot. Bij het boeken kon ik kiezen voor een gewone kamer of de zogenaamde suite (klinkt luxe, valt wel mee). Suite betekent gewoon een iets grotere kamer met een extra zitbank. Prijs was hetzelfde, dus kiezen was ook heel moeilijk.

woensdag 12 mei 2010

Dag 19: 11 mei 2010 - Savannah


Ook in dit hotel werd ’s ochtends een ontbijt geserveerd. Weer zo’n continental breakfast met de standaarditems. Niks mis mee voor op vakantie.

Om half tien stond ik in Savannah. Plattegrondje gehaald bij het bezoekerscentrum, auto daar geparkeerd tegen een tarief van $ 1 per uur (het eerste uur was gratis) en richting downtown Savannah gelopen. Het bleek inderdaad een van de mooiere steden van Amerika. Er stonden echte oude gebouwen uit de periode 1700 – 1800. Dat maak je niet veel mee hier. Ook qua bouwstijl weken ze nogal af. Een aantal straten met kinderkopjes. Ik vond het erg mooi.

Savannah ligt aan de Savannah River. Dat is een vrij brede rivier waar grote zeeschepen op varen. Die komen rechtstreeks vanuit de Atlantische Oceaan. Het is dan ook een havenstad. Aan de wandelpromenade langs de rivier kon je die boten mooi zien. Het geheel was opgeleukt met toeristenwinkels in de oude stadspanden.

Even voor twaalf uur was het tijd voor de vroege lunch. Ik wilde iets fatsoenlijks deze keer, dus bij een broodjeswinkel naar binnen voor een sub. Zo heet een broodje hier. Komt van submarine en dat betekent duikboot. Een stokbrood heeft de vorm van een duikboot. Het werd een broodje met tonijnsalade en garnering. De tonijnsalade maken ze hier in Amerika lekker. Beter dan bij ons.

De stad bezit ontzettend veel kleine parken waar je rustig kunt zitten onder een paar bomen. Dat heb ik ’s middags dan ook gedaan. Het was meer liggen op een bank. Even uitrusten na al dat gewandel.

Er hing een rustig sfeertje in de stad. Ideaal om zomaar wat rond te lopen. Dat heb ik ook lange tijd gedaan en veel foto’s gemaakt. Op een gegeven moment was het koffietijd. Starbucks dan maar. Koffie met een muffin. De muffin kwam meteen, maar de koffie liet op zich wachten. Het was druk en ik zag mensen wel 5 minuten wachten, maar moest het zo lang duren? Toch even gevraagd waar hij bleef. Vergeten dus. Excuses en ik kon alsnog koffie drinken. Ik had eigenlijk een coupon verwacht voor een gratis kopje, want dit overkwam mij in Canada ook ooit en toen kreeg ik zelfs twee cadeaubonnen.

Na de koffie kon ik er weer tegenaan. Ben teruggelopen naar het water waar ik de parkeerwacht een tijdje heb geobserveerd. Hij had er haast mee en printte in korte tijd heel wat bonnetjes. Zo hard lopen ze bij ons niet. Misschien kreeg hij wel prestatieloon.

Het avondeten heb ik ook in het stadje genuttigd. Deze keer bij Quiznos. Dat is een broodjeswinkel. Ik ging voor het broodje met kalkoen en pesto plus een soepje met broccoli en kaas. Nooit geweten dat Quiznos zo’n lekker spul verkocht. Moet ik vaker doen.

Weer een lekker warm dagje vandaag met een temperatuurtje van circa 28 graden. Af en toe flink wat zon, maar ook perioden met bewolking.

dinsdag 11 mei 2010

Dag 18: 10 mei 2010 - Reis Atlanta - Savannah


Na het ontbijt kon ik vertrekken voor weer een lange rit door een gebied met niet al te veel bezienswaardigheden. De route liep van Norcross naar Savannah. Circa 420 kilometer via de snelste route. Ik wilde wel iets zien onderweg, dus werd het een langere route.

Eerste stop vond plaats in het dorpje Hartwell. Ik had er nog nooit van gehoord. Kwam er gewoon doorheen. Het zag er best aardig uit met natuurlijk een historic district. Aan elke lantaarnpaal weer een vaandel zodat je zeker niet ging denken dat je ergens anders was dan in het historic district.

Al gauw kwam ik aan in Elberton, Georgia. Om precies te zijn bij de Georgia Guidestones. Die stonden op de planning. Wat zijn de Guidestones? Ik citeer deels uit Wikipedia:
“De Georgia Guidestones zijn grote granieten zuilen op een heuvel in Elbert County, Georgia, VS. Soms worden ze een "Amerikaans Stonehenge" genoemd. Op de granieten zuilen staat een bericht, waarin 10 hoofdpunten worden weergegeven in acht moderne talen. Het bericht bestaat uit aanwijzingen voor de overlevenden van een toekomstige apocalyps die een nieuwe en vooral betere beschaving moeten zien op te bouwen. De structuur zelf is tegelijkertijd een kompas, kalender en klok. Over het ontstaan van het monument bestaat veel geheimzinnigheid: het is niet duidelijk wie ertoe opdracht heeft gegeven en waarom, hetgeen heeft geleid tot verschillende speculaties en samenzweringstheorieën.”

Een mysterieus gebeuren dus. Helaas stonden er wel wat graffititeksten op en had iemand het niet kunnen laten om er een piemel op te tekenen.

Lunchtijd. Drie crunchy taco’s bij de Taco Bell in Elberton. Erg lekker weer. Hadden we die in Nederland ook maar. Gelukkig zijn taco’s makkelijk zelf te maken.

Een stukje natuurschoon leek mij ook wel leuk. Ik passeerde de grens met South Carolina. Net na de brug ben ik naar het water gelopen. Het zand was er rood en dat leverde een paar mooie foto’s op.

Op de route lag ook nog een klein state park: Calhoun Falls. Registratie deed je zelf door twee dollar in een envelopje te stoppen en het bijbehorende papiertje aan je binnenspiegel te hangen. Ik heb er een wandeling gemaakt over het bospad. Op een hagedis na, kwam ik geen interessante beesten tegen.

Inmiddels was het al 3 uur. Even stoppen bij het Russell Lake en weer verder.

Ondertussen begon ik zin te krijgen in koffie. Bij de McDonald’s in Augusta heb ik een koffie gehaald met twee apple pies en een geschilde appel met caramelsaus. Het zat er helemaal vol met mensen, maar niemand had iets op tafel staan. Raar. Al snel begreep ik waarom. Iedereen zat te wachten om plaats te nemen aan een tafeltje bij een mevrouw met een laptop. Ze kwamen solliciteren. Ik ga hier verder maar niks meer over zeggen...

De rest van de route liep via het platteland van Georgia. Natuurlijk keek ik weer goed om me heen om wat van het landschap te zien. Geen verdere stops meer. Het laatste stuk, zo ongeveer vanaf Statesboro, ging over de snelweg.

Het hotel voor de komende twee nachten: Microtel Inn in Pooler (Georgia), bij Savannah. Leuk prijsje weer van 83 dollar totaal. De dame achter de receptie gaf me eerst een rokerskamer. Dat heb ik gauw weten te veranderen in een normale kamer.

's Avonds ben ik nog door de drive-in gereden van Hardee's voor een hamburger met friet. Morgen maar eens op dieet.

maandag 10 mei 2010

Dag 17: 9 mei 2010 - Atlanta


Het was een rustige nacht in het Days Inn. Een goed bed met bijzonder veel kussens. Er lagen er maar liefst vijf. Ik weet nog steeds niet waarom. Het hotel bood weer een continental breakfast aan. Dat betekende voor mij twee sneetjes geroosterd brood met jam, een bakje cornflakes en koffie. Vandaag stapte ik pas na het ontbijt de douche in. Je weet het maar nooit hier met die ontbijttijden. Zodra het negen uur is, halen de meeste hotels alle ontbijtitems meteen weg en is er niks meer. Na het ontbijt de douche in. Hij bleek niet helemaal te functioneren. Alleen als je heel hard aan het hendeltje trok, kwam er wat water uit de douchekop. De rest liep via het kraantje zo het putje in.

Een bezoek aan Atlanta stond op de planning. Over de grote 14-baans snelweg ging het naar downtown. Daar aangekomen begon ik met een lange wandeling. Er was nog weinig te doen. De auto kon ik zo neerzetten bij het Five Points Station. Op zondag is aan de weg parkeren bijna overal voor niks. De blauwe lucht in combinatie met hoge glazen wolkenkrabbers zorgde voor een mooi foto-effect. Daar hou ik wel van. Sommige mensen geven helemaal niks om al die hoge gebouwen. De temperatuur lag vandaag net onder de 20 graden. Aangenaam dus. Hoe meer ik richting midtown liep, hoe drukker het werd. Het verkeer stond redelijk vast. Dat kwam doordat iedereen naar het Fox Theater ging voor de musical Mary Poppins. Leuk voor die mensen, maar mij kun je met een musical niet blij maken.

Ik ben teruggelopen naar downtown waar het inmiddels een stuk drukker was geworden. De meeste mensen bevonden zich in en rond Underground Atlanta. Het geheel bestond uit winkels, kraampjes en eetgelegenheden en dat allemaal ondergronds. Ik was zo ongeveer de enige blanke daar. Alle andere mensen waren latino’s, negers en hangnegers met broeken waarvan het kruis zo ongeveer op de enkels hing. Bij de Cajun Grill heb ik geluncht: jambalayarijst met citroenkip en cajunkip. Het tentje werd gerund door Aziaten dus zo ontzettend cajun was het niet. Het smaakte gewoon naar de Chinees.

Na het eten ging ik nog een half uurtje in de zon zitten en daarna kijken bij het Georgia State Capitol. Het regeringsgebouw van de staat Georgia met een mooie goudkleurige koepel.

Ik vond dat het eens tijd voor koffie werd. Op naar Starbucks voor een bakje koffie. Deze keten is groot geworden met het verkopen van koffie, of eigenlijk meer koffiebeleving. Een beetje fatsoenlijke kop kost al gauw drie dollar en dan heb je nog niks bijzonders. Toch is het razend populair en zie je ze ook in Nederland langzaam opduiken.

Als laatste bezocht ik het CNN Center. Niet voor een rondleiding door de studio’s want het was al vijf uur. Misschien morgen. Vandaag gewoon even kijken. Geen idee wat ik ervan moest verwachten. Het bleek een gigantisch complex te zijn: kantoren, een hotel en vooral eetgelegenheden op een overdekt binnenplein. Natuurlijk ontbraken de souvenirwinkels met veel te dure CNN- en Cartoon Network souvenirs ook niet. Ze hadden er weer een grote commerciële happening van gemaakt zoals zo vaak in dit land. Ik bestelde er nog een te duur ijsje dat ik aan een van de vele tafels heb opgegeten. Maar ja, daarvoor zat ik dan wel op de plek waar elke dag het breaking news wordt geboren. Ondertussen kon je op grote schermen het CNN-nieuws volgen.

In de avond terug naar het hotel om het verslagje te typen. Dat kost elke dag toch zeker een uurtje voordat ik er tevreden over ben. Daarna nog de foto’s uploaden.

Net voor het donker kwam de buurman nog even aan mijn raam staan en klopte aan. “Hi, I’m Jamal. I’m trying to call my girl. Can I please use your cell phone?” Ja, jij wel. Ga toch weg man! Het gebeurt hier in Amerika wel vaker dat iemand je telefoon wil lenen. Waarom weet ik niet. Gewoon vriendelijk zeggen dat het niet kan en dan is er niks aan de hand.

's Avonds heb ik nog wat gegeten en toen was het genoeg voor vandaag.

Het was weer een geslaagde dag in een grote stad die niet eens zo groot is. Er wonen eigenlijk ‘maar’ 538.000 mensen en Atlanta staat daarmee op de 33ste plaats. De hele regio telt 3,5 miljoen inwoners en die is goed voor een 11de plaats.

De foto’s staan in de derde link (dag 17-24).

zondag 9 mei 2010

Dag 16: 8 mei 2010 - Great Smoky Mountains


Om half acht ben ik opgestaan, gedoucht en een bakje cornflakes met melk plus een koffie genomen in het hotel. Na het uitchecken kon het avontuur weer beginnen. De dag begon met veel zon. Hier lagen de temperaturen een stuk lager. ’s Ochtends was het zelfs fris. De zon zou niet meer weggaan.

De Great Smoky Mountains lagen nog best een eind weg. 245 Kilometer om precies te zijn, maar wat stelt dat nou voor in Amerika. Ik heb Chattanooga zelf niet meer bezocht. Er was wel een heleboel te doen, maar dan zou het reisschema vertraging oplopen. Andere keer dus. Een groot deel van de route liep over de snelweg. De laatste 35 kilometers moesten over de highway en die was druk. Ik passeerde Pigeon Forge. Een grote toeristische poppenkast. Hotel, motel, kermisattractie, museum, restaurant. Het hield maar niet op. Je kon het zo gek niet bedenken of het was er. Alles te uwer vermaeck.

Om elf uur kwam ik aan in The Great Smoky Mountains. Het trekt elk jaar ruim 9 miljoen bezoekers. Twee keer zoveel als de Grand Canyon en is daarmee het meest bezochte national park van Amerika. Bij het visitors center in Gatlinburg (spreek uit: Getlinburg) kocht ik een grote plattegrond van het park. De entree was gratis en het zou ontzettend druk worden.

Ik knipte een eerste mooie foto van de vergezichten. Inmiddels zat ik op de weg naar Cades Cove, een rondweg van 11 mijl door een dal. Het was nog best een stuk tot aan de rondweg. Eenmaal aangekomen dacht ik: "dat doen we wel even". Rondje rijden, mooie foto’s maken en naar het volgende punt. Snel merkte ik dat het zo niet werkte. Regelmatig ontstonden er kleine files. Al gauw kwam ik erachter waarom. Er had iemand een zwarte beer gezien en iedereen zou en moest dat beest fotograferen. Ik ook natuurlijk, maar dan stopte ik wel iets verderop om vervolgens terug te lopen. Kleine moeite voor mij, maar voor sommigen in dit land is lopen een scheldwoord. Zo zou het nog een paar keer gaan. Het was een ontzettend mooi stukje rijden. Inclusief stops duurden die 18 kilometer uiteindelijk ruim 3 uur.

Zelfde weg terug en naar de hogere delen van het park: de Newfoundland Gap Road. Uiteraard met een paar fotostops tussendoor. Er liep een andere weg richting een nog hoger gebied, maar die was gesloten wegens werkzaamheden. Eenmaal aangekomen boven was het al half vijf. De tijd ging erg snel. Het uitzicht was er weer onbeschrijflijk mooi. Ik ben nog een stuk verder naar boven gelopen over een deel van het Appalachian Trail. Dat is een voetpad van meer dan 3.000 kilometer dwars door de bergen. 500 Meter was ook wel genoeg voor een schitterend mooi uitzicht. Hier zat je precies op de scheidingslijn van de staten Tennessee en North Carolina.

Om kwart over zes ging ik naar ‘huis’. Mijn hotel lag in Norcross, net boven Atlanta en 265 kilometer verderop. De tomtom zei 3,5 uur rijden. Uit ervaring wist ik dat het minder was. Het werden 2 uur en 45 minuten over vele highways in een groen landschap. Tientallen kilometers ging het alleen maar omlaag. Ook nadat ik het park had verlaten. Er leek geen eind aan te komen. Zaten we dan zo hoog? Blijkbaar wel. Klokslag negen uur stond ik bij het Days Inn. Weer een Sonderangebot deze keer: twee nachten 69 dollar en een nette kamer met alle voorzieningen.

zaterdag 8 mei 2010

Dag 15: 7 mei 2010 - Reis New Orleans - Chattanooga


Het ging een lange dag worden vandaag qua kilometers. Een rit van 835 kilometer. Gelukkig wel snelweg. Ik ging de kust verlaten en door naar Tennessee. Op tijd vertrokken. Ik wilde per sé over de Lake Pontchartrain Causeway Bridge, anders zou het nog iets korter zijn geweest. De Pontchartrain Brug is 39 kilometer lang en gaat dwars door het Pontchartrain Meer. Hij wordt beschouwd als de op één na langste brug ter wereld. Voordat ik erop reed probeerde ik nog onder aan de brug te komen voor een paar foto’s. Maar helaas, allerlei weggetjes geprobeerd, vele wegafsluitingen, en ineens zat ik er al op. Dan maar niet. Tol was niet nodig. Dat is alleen in tegengestelde richting. Aan het einde van de brug heb ik nog een afslag genomen voor een flinke koffie met een sausage burrito en toen verder.

Over de I-59 reed ik door de staat Mississippi. Aan beide zijden van de weg was het erg groen. Veel bomen en heuvelachtig. Na 2,5 uur rijden wilde ik de benen strekken. Langs de weg stond een bruin bord met `Dunn´s Falls´. Watervallen dus. Altijd mooi. Even kijken. Entree $ 1,50 en het viel helemaal niet tegen. Een leuk verzorgd stukje groen aan de Chunky River in het plaatsje Enterprise. Er stond een watermolen die werd aangedreven door het water uit de waterval. Het ding kwam uit Georgia, maar werd ooit hierheen verplaatst. Een trapje liep naar de rivier en dat was een fijn plekje om te zitten. Er waren diverse wandelpaden, maar zoveel tijd had ik niet.

En weer verder door de staat Alabama. Nog steeds erg groen én onbewolkt. Het zou de hele 835 kilometer onbewolkt blijven bij een temperatuur van zo´n 30 graden. Na 2 uurtjes kwam ik aan in Tuscaloosa voor een tankstop. Binnen een ijslimonade gehaald en een paar taquitos, benen gestrekt en de reis kon verder.

Er volgden nog heel wat kilometers tot Chattanooga. Geen verdere pauzes meer en 3,5 uur door. Allemaal geen probleem met de cruise control erop. Zo werden de benen minder moe. Ik passeerde even de staat Georgia. De klok kon weer een uur vooruit. Bordjes langs de weg gaven mooi de tijdzone aan. Staan ze er niet, dan doet de telefoon het wel automatisch. Nadenken hoeft niet meer in deze moderne tijd.

Ik passeerde de staat Tennessee en rond half negen lokale tijd stond ik bij het Guest House Inn, Chattanooga. Prima kamer deze keer. Slechts 42 dollar voor een nachtje. Alles mooi schoon en met koelkast, magnetron, etcetera. Het hele zooitje weer. Badkamer is rolstoeltoegankelijk. Dat betekent dat het wel een danszaal lijkt zo groot.

's Avonds wilde ik nog even de benen strekken en dus naar buiten voor een korte wandeling. Het zag er allemaal heel veilig uit. Ik wilde rondkijken om wat te eten. Het werd eens iets anders: de afhaalchinees. Niet te vergelijken met wat ze in Nederland serveren, maar wel lekker. Ik liep naar binnen, vroeg of ik ook kon afhalen en kreeg meteen een piepschuimen bakje in mijn handen geduwd. Kon ik voor 8 dollar volmaken. Natuurlijk zonder bonnetje, want de Chinees doet niet met bonnetjes werken. Alles gaat meteen in de zwarte pot, ook hier in Amerika.

vrijdag 7 mei 2010

Dag 14: 6 mei 2010 - Barataria Preserve/Mississippi Delta


Er stonden twee dingen op het programma voor vandaag: de moerassen en de Mississippi Delta. Uiteraard ben ik begonnen met een ontbijt. Weer hetzelfde als gisteren in het hotel en best te eten. Uitgechekt en verder.

De eerste bestemming van vandaag: Jean Lafitte National Park. Het is een heel groot natuurgebied dat zich uitstrekt over een flink deel van Louisiana. Ik had gekozen voor het Barataria Preserve. Dat lag het dichtste bij het hotel (nog geen 20 kilometer) en volgens de medewerker van het infocenter had ik een van de mooiste stukjes uitgezocht. Entree gratis. “Hoe kan dat dan?”, vroeg ik. “Omdat wij in tegenstelling tot de grote parken in het westen nauwelijks kosten maken om het park te onderhouden.”, zei de man. Dit park was echt de moeite waard. Er liep een lang houten wandelpad door het gebied. Alle routes heb ik gelopen. Totaal iets meer dan 6 kilometer heen en terug en het was zeer de moeite waard. De hele Everglades kunnen mij gestolen worden als ik het vergelijk met dit gebied. Wat een ontzettend mooi stukje ongerept moeras met een zeer breed scala aan dieren: wasberen, alligators, slangen, groene hagedissen en wilde schildpadden. Ik heb ze allemaal gezien en op de foto gezet.

Na die flinke wandeling terug naar de auto voor een bezoek aan de Mississippi Delta. Het gedeelte helemaal in het zuiden van Louisiana bij Venice. Wanneer je door het gebied rijdt is duidelijk te zien wat orkaan Katrina in 2005 had aangericht. Er staan nauwelijks meer huizen. Iedereen die er nog woont, heeft zich in een caravan, camper of woonwagen gevestigd. Daar komt nu nog eens de olievlek bij. Het effect in de haven was goed zichtbaar. Alle boten stil. Geen visvangst is geen inkomen. De hele regio is nu weer kapotgemaakt door een andere ramp. Een aantal tv-ploegen maakten opnames.
Het onderste puntje vond ik wel erg mooi want dat is een natuurgebied. Nu maar hopen dat het zo blijft en niet te lijden heeft onder de olievlek.
Ik wilde er verder niet te lang blijven om de ramptoerist uit te hangen. Er was toch niets te zien. Alles wat er ooit was, bestaat niet meer. Helemaal weggeblazen door de orkaan.

Voor vanavond had ik nog een keer in New Orleans gereserveerd. Niet meer in het Travelodge, maar het Midtown Inn voor slechts 40 dollar. Het bleek een wat merkwaardige kamer te zijn. Er hingen gordijnen in, maar ramen ontbraken. Een binnenkamer dus met zwembad op de binnenplaats. Het is niet de beste buurt van New Orleans, aan het einde van Tulane Avenue, maar voor één nachtje allemaal geen probleem.

Na het droppen van de spullen in het hotel wilde ik toch nog even terug naar downtown. Bourbon Street op en neer gelopen, iets gegeten en toen terug. Het viel mij op dat de wijk ´s avonds pas echt tot leven kwam. Twee keer zoveel volk als overdag.

donderdag 6 mei 2010

Dag 13: 5 mei 2010 - New Orleans


Nog een dag in het mooie New Orleans. Eerst het ontbijt in het hotel. Gisteren was ik te laat. Nu op tijd. Ze hadden er brood dat je kon roosteren met de broodrooster, een wafelapparaat, jam, koffie, jus d’orange en een paar andere dingen. Genoeg om de eerste uren mee door te komen.

Door naar downtown. Op internet had ik het vaarschema van de veerboot geraadpleegd en dus kon het niet meer fout gaan. Er stond al een auto op en daarom de mijne erachter gezet. Mijnheer had bovendien een kenteken uit de staat Louisiana dus die moest het wel weten. Even gewacht en toen stapte mijnheer uit en liep naar mijn auto met de vraag: “Weet jij wanneer deze boot vertrekt? Ik sta hier al 40 minuten.” Dat werd dus weer niks. Beiden maar achteruit het ding afgereden en over de brug naar de stad. Er was ook totaal geen enkele servicemedewerker aanwezig daar.

De eerste bezienswaardigheid werd het Garden District. Een wijk met historische villa’s omringd door veel groen. Mooie wijk. Goed voor een vele prachtige foto’s. Ik ontmoette nog een oude man in een rolstoel die me een en andere vertelde over de wijk. Hij stond erop dat ik het trapje bij zijn huis opliep om even via het raam naar zijn woonkamer en atelier te kijken.

Hierna heb ik de auto een aantal kilometers verderop geparkeerd in dezelfde straat als gisteren en te voet verder. Via Bourbon Street richting de French Market. Inmiddels was het lunchtijd. Ik wilde iets typisch van hier. Het werd een gumbo. Een dikke soep met rijst, garnalen, worst, groeten en weet ik wat allemaal. Flink stuk brood erbij, glas mineraalwater. Lekker allemaal en het vulde prima. Afgerekend en tot mijn verbazing was het water gewoon gratis. Thuis moet ik het zeker ook eens maken.

Ik liep verder richting het CBD (Central Business District), waar de hoge kantoorgebouwen staan. Dit grenst weer aan het Warehouse District (een wijk met oude pakhuizen die nu dienst doen als kunstgalerieën en horecagelegenheden). Dat werd uiteindelijk een lange wandeling.

Na een tijdje kwam ik weer uit in bij het moderne winkelcentrum aan de Mississippi. Ik kon het niet laten om te stoppen voor een koffie. Gevraagd om een typische koffie uit New Orleans. Dat zou de café au lait zijn. Melk met koffie, ook wel koffie verkeerd geheten. Lekker bakje was het. Bij de koffie had ik een beignet (spreek uit: ben-jee) genomen. Ook een typische lekkernij uit de regio. Wij noemen het gewoon oliebollen, alleen zijn ze hier rechthoekig. Of het nou zo bijzonder was? Tja… Door de vele poedersuiker waren de dingen niet eens meer zichtbaar op het bord.

Na de koffie kon ik er weer tegenaan. Langs de rivier ging het naar downtown voor een wandeling om de sfeer te proeven. Er hangt een hele relaxte sfeer in deze stad en dat bevalt mij wel. Ik kwam nog voorbij de enige sigarenfabriek van New Orleans. Een winkel waarin de sigaren nog met de hand werden gemaakt. Mevrouw deed haar best om er een te verkopen aan mij. Maar helaas, ik rook niet.

Aan het begin van de avond ben ik vertrokken. Eerst even naar het hotel om een paar kleren te wassen en daarna door richting de grote alleswinkel Walmart voor de inkopen want komende dagen volgen er nog flink wat kilometers. Een appeltje op zijn tijd is dan wel aangenaam. Avondeten voor vandaag: knoflookbrood met cheddarkaas en een noodlesoepje van de Walmart.

Uiteindelijk ben ik ’s avonds niet meer in de stad zelf geweest. Het lijkt me allemaal hartstikke leuk om een paar drankjes te drinken, maar ten eerste moet ik rijden en ten tweede voel ik er weinig voor om alleen in een kroeg te gaan zitten. Dat doe ik liever in gezelschap. Uitgaan is ook niet zo mijn ding. Ik hou me liever bezig met foto’s maken overdag.

woensdag 5 mei 2010

Dag 12: 4 mei 2010 - New Orleans


Voor vandaag stond New Orleans op het programma. Ik had er veel over gelezen en gezien en dus moest het wel een succes worden.

Het Travelodge hotel ligt op zo’n 10 kilometer of zelfs minder van downtown. In eerste instantie was het de bedoeling om het via de korste weg te doen: de veerboot. Daar aangekomen leek het er niet op dat het bootje binnen afzienbare tijd ging vertrekken. Ik had ook geen afvaartschema’s. In gedachten had ik de Nederlandse veerpontjes die constant heen en weer varen. Later kwam ik erachter dat de pont elk halfuur vaart. Misschien morgen. Uiteindelijk heb ik de tolbrug genomen. Slechts 1 dollar en toen zat ik aan de andere kant van de Mississippi. Het avontuur kon beginnen. Parkeren was volgens de vele reisgidsen een crime. Onbetaalbaar en vrijwel onmogelijk. Maar ik ben van nature creatief. Ik reed aan het eind van Bourbon Street vijf blokjes verder en daar zette ik toch gewoon gratis het voertuig weg. Dat kan in Amerika allemaal als je maar moeite doet en niet lui bent aangelegd. Een halve kilometer extra lopen kan geen kwaad.

In New Orleans ben ik natuurlijk begonnen met Bourbon Street. De belangrijkste toeristentrekker in de stad. Het is een straat met veel neonverlichting. Tropisch ogende drinkbars en eetgelegenheden en stripclubs. Ontbijt heb ik er ook maar even genuttigd.

Hierna heb ik de omliggende straten van het zogenaamde French Quarter verkend. Ook erg leuk met veel souvenirwinkels en kunstgalerieën.

Verder richting haven waar een moderne shopping mall is neergezet. Deze doorgelopen om vervolgens weer over de weg terug te gaan naar de French Market: een overdekte markt met te dure souvenirshops en een aantal bars.

’s Middags werd het tijd voor de late lunch. Ik wilde iets regionaals in plaats van het typische fastfood. Het werd een lichte snack: een garnalenwrap. Goed gevuld met grote garnalen, tomaat, sla en ui. Deze heb ik opgegeten in het parkje op Jackson Square.

Een tijdlang ben ik gewoon blijven rondwandelen door de stad. Het was er erg levendig en er hing een aangename sfeer. Een geslaagd dagje dus. Ik moet zeggen dat de prijzen hier wel erg aan de hoge kant waren. Totaal nergens op gebaseerd.

's Avonds heb ik in het hotel nog het verslagje getypt. De internetverbinding bleek inderdaad gerepareerd. Dus mails lezen, Nederlands nieuws bijhouden en even online bankieren. Dat gaat allemaal gewoon door. Vakantie of niet. Na negen uur was ik er nog even op uitgetrokken om Barnes & Noble, een boekwinkel in de buurt, te bezoeken. Helaas ging die om half tien dicht. Door naar de KFC. Restaurant ging net dicht. Alleen drive-in open. Die dan maar. Ik heb er een grote hekel aan om een bestelling door een praatpaal te doen. De bestelling wordt meestal opgenomen door een onverstaanbare en schreeuwerig sprekende dame die een soort gangstertaaltje spreekt.

De foto's zijn vanaf nu voor iedereen toegangkelijk. Ik heb ze netjes gerangschikt per 8 dagen. Even met de muis selecteren en in de adresbalk plakken. Het programma gedraagt zich namelijk nogal raar als ik ze als klikbare link probeer te plaatsen.

http://picasaweb.google.com/116871380316044723092/USASoutheast2010Dag18?authkey=Gv1sRgCIzd7Z-W-6GOnwE

http://picasaweb.google.com/116871380316044723092/USASoutheast2010Dag916?authkey=Gv1sRgCN7QovmP9biOWA

http://picasaweb.google.com/116871380316044723092/USASoutheast2010Dag1724?authkey=Gv1sRgCPzom_iG2LmM0gE

Dag 11: 3 mei 2010 - Lafayette/St. Martinville/Avery Island


Voor de eerste keer had ik eens geen fatsoenlijk hotel. Het Motel 6 was iets te vies met te veel troep op de grond. Leek erop of er al een aantal dagen niet was gestofzuigd, vies beddengoed met vlekken en zeepjes van andere gasten inclusief wat haartjes die nog in de douche lagen. Daarom maar het bekende kaartje ingevuld met mijn mening over het motel én een briefje achtergelaten voor de schoonmaakdienst. Motel 6, Evangeline Highway in Lafayette, blijf er weg!

Kopje koffie genomen bij de receptie en om 8 uur vertrokken naar het stadscentrum van Lafayette. Parkeren was slechts 35 cent per uur. Ontbijtje genuttigd bij de Subway: jus d’orange en een broodje kalkoenfilet met flink wat groente. Eindelijk eens een fatsoenlijk ontbijt na al die vette troep van afgelopen dagen. Snel weer naar buiten. Het was eindelijk weer zonnig vandaag. Luchtvochtigheid maar 25 procent dus aangenaam. In Lafayette stond een hele mooie kathedraal zoals je ze zelden ziet in Amerika. Dat was ook de enige bezienswaardigheid.

Na een tijdje ben ik naar een ander deel van Lafayette gegaan. Het Acadian Village. Mooie naam voor een outletcenter, maar dat is het niet. Acadian Village is een openluchtmuseum met huizen en gebouwen zoals die vroeger door de eerste bewoners (de Acadiërs) werden gebouwd. Deze mensen kwamen oorspronkelijk uit Canada en werden naar dit gebied verbannen. Vandaar dat in Louisiana de oudere generatie nog Frans spreekt. Ik ben ze nog niet tegengekomen, maar hoop ze nog wel te ontmoeten.

St. Martinville stond ook nog op het programma. Een dorpje met weer een historic district. Die ken ik inmiddels wel. Amerikanen zijn heel goed in marketing. Alles wordt groots gepromoot. In de folders en bij de infocentra is het altijd fantastic en beautiful. Omdat wij Europeanen veel meer gewend zijn qua historie, valt het meestal wat tegen. Deze keer niet. Leuk dorpje en mooie foto’s gemaakt.

De lunch had ik maar eens overgeslagen vandaag. Mag best, want van al die hamburgers zit je een dag later nog steeds vol.

Het ging verder naar de Tabasco Fabriek op Avery Island. Er is er maar één op de wereld en dat is deze. De saus wordt in 160 landen verkocht. Toegang tot het terrein: 1 dollar (soort tol). Beetje vreemd dat ik met de bijrijderskant van de auto langs het tolraampje kwam. Hoe ging hij nou mijn 1 dollar pakken? Moest ik uitstappen? Meneer had er iets op gevonden: een lange stok met een wasknijper. Aan de wasknijper mijn toegangskaartje en de dollar moest ik eraan vast knijpen. Fabriek binnengelopen, registratie deed je zelf via een computer, even wat rondneuzen in een kamertje met wat infoteksten en posters. Na een tijdje kwam de gids. De rondleiding kon beginnen. Iedereen mee. Nou ja, ik was de enige. De dame vertelde 5 minuten lang over de bedrijfsgeschiedenis en ik kreeg nog drie miniflesjes Tabasco. Daarna werd ik in een videozaal neergezet om een film van 8 minuten te kijken over Tabasco met aansluitend een promotiefilmpje over een nieuwe saus. Mevrouw was natuurlijk al lang verdwenen. Via de andere deur weer eruit langs een raam waardoor je de fabriek in kon kijken en al die honderden flesjes langs zag komen op een lopende band. Nog een deur door om in een andere kamer te komen met weer wat promotiemateriaal en informatie. Het was de bedoeling dat uiteraard nu iedereen zin had in Tabasco-saus. Waar het allemaal om draaide kwam hierna: de country store. De winkel met alles van Tabasco. Van veel te dure shirtjes tot Tabasco-snoepjes. Ik heb er wat spulletjes gekocht. Leuk en lekker om te hebben want in Nederland is maar één Tabasco-saus verkrijgbaar.

De route ging verder over een semi-snelweg richting New Orleans. Geen belangrijke punten meer op de route bezocht. Ik ben nog wel binnengelopen bij de One Dollar Store. Altijd leuk voor wat hebbedingetjes. Later nog een keer gestopt in Morgan City bij een drive-in woonwagen voor een goed gegarneerde cajun sausage en een broodje kipfilet met veel groente en te veel dressing. Aansluitend een aardbeien milkshake.

Even voor het donker kwam ik aan in het Travelodge Hotel van New Orleans. Net aan de andere kant van de Mississippi. Prijs: 127 dollar voor 3 nachten. Leuk bedrag en het zag er goed uit. Wel internet op de kamer, alleen niet nu want gisteren was de bliksem ingeslagen op het netwerk. Morgenvroeg zouden ze het komen repareren. Het zal wel. We zullen zien…
Nog even het verslagje getypt en toen vond ik het wel genoeg. Komende dagen eindelijk minder kilometers.

maandag 3 mei 2010

Dag 10: 2 mei 2010 - Mobile/Bellingrath Gardens/Lafayette


En weer begon de dag vroeg. Om 8 uur reed ik aan. Eerst nog even een stukje strand. Het was helaas weer bewolkt, dus zwemmen zat er niet in. De Gulf Coast staat bekend om zijn lange en mooie stranden. Ik bezocht het strand van Perdido Key. Er was weinig te doen met dit weer. Door de wind werd je bijna weggeblazen en daarom ben ik snel vertrokken.

Op naar Mobile (spreek uit: Mobiel) in Alabama. 100 Kilometer rijden. Omdat het vandaag zondag was, waren de winkels dicht. Een enkele bar was wel open. Gratis parkeren en dus mooi meegenomen. Er was weinig volk in de stad. De mensen die waren gekomen, kwamen bijna allemaal voor een ontbijt. Het ontbijt is hier in het zuiden zo uitgebreid dat het meer op een brunch lijkt. Ik heb de stad wat verkend en een aantal mooie foto’s kunnen maken. Het was geen topattractie. Rond het middaguur heb ik in Mobile nog iets gegeten bij Hardee’s om vervolgens de reis voort te zetten.

De Bellingrath Gardens, gelegen onder Theodore in Alabama, stonden nog op het programma. Een prachtige grote tuin met planten, gelegen aan de Mobile Bay. Entree 11 dollar. Je kon er een lange wandeling maken die deels via houten paden over het water liep. Mooie foto’s van planten gemaakt. Reptielen waren er ook genoeg aanwezig. Allemaal van die beestjes die je normaal alleen op National Geographic ziet. Het lukte om er een paar te fotograferen.

Toen ging het verder over dezelfde snelweg richting Mississippi. Als je een staat binnenrijdt is er altijd een infocentrum. Ook hier. Ze willen je met alle liefde informeren. Zodra je ook maar naar de infobalie kijkt is het al ‘Hello Sir, how can I help you? Would you like some coffee?‘. Daar had ik wel trek in. Service dat kennen ze hier nog. Ik had er wat informatie ingewonnen over Biloxi en een wegenkaart van de hele staat gekregen. Biloxi zou de volgende bestemming worden. Helaas mocht het niet zo zijn. Goed en wel op weg begon het te regenen en het hield 2 uur lang niet meer op. Dat het hier altijd lang achter elkaar regent, wist ik inmiddels en daarom wilde ik niet wachten tot het droog was.

Dus maar door naar de eindbestemming: Lafayette in Louisiana. Verder naar het westen ga ik niet meer op deze reis. Het waren nog 300 kilometer. Flinke afstand. Twee uur lang regen en daarna werd het langzaam droger. De snelweg I-12 liep aan het eind nog tientallen kilometers dwars door het moeras. Ze hadden hem verhoogd aangelegd op betonnen pijlers. Mooi om te zien, maar helaas geen uitstapmogelijkheden. Aangekomen in Motel 6. Prijs 40 dollar. Ingecheckt door een vreselijk onaardige dame. Ze kon in eerste instantie mijn reservering niet eens vinden. Kwam uiteindelijk toch goed nadat ze een andere medewerker had gevraagd. Helaas weer geen kamer met internet dus foto’s volgen later.

Voor Morgen: Lafayette en de Tabasco Factory. Indien er nog tijd over is St. Martinville. Later in de middag naar New Orleans waar ik drie nachten ga logeren. Twee dagen stad bezoeken en een dag een van de moerassen en de Mississippi Delta.

zondag 2 mei 2010

Dag 9: 1 mei 2010 - Apalachicola/Panama City/Pensacola


De dag begon vroeg vandaag. Om half acht was ik opgestaan. Het zou weer een lange rit gaan worden tot aan Pensacola. Na het uitchecken koffie gepakt in het hotel, even onderweg een ontbijtje en verder. De lucht was stralend blauw. Lang duurde dat allemaal niet want al snel kwam de bewolking opzetten en tot in de avond was er nauwelijks nog zon te zien. Gewoon weer benauwd zonder regen.

Het ging via de heuvels van Florida richting Apalachicola National Forest. Dat is een gigantisch bos dat van Tallahassee tot aan zee reikt en van oost naar west ook nog eens vele tientallen kilometers lang is. Er liepen wat wegen doorheen en dus kon ik zo nu en dan stoppen om het bos in te gaan. Er sprong een enkel hert en iets wat leek op een wolf weg. Niet te fotograferen om die reden. Daarna nog een keer gepauzeerd bij een rivier. Het leek de Amazone wel. Ontzettend groen met hier en daar een palmboom ertussen.

Over de Coastal Highway 98 trok ik verder naar beneden. Bordjes waarschuwden voor overstekende beren. Ik kwam er geen tegen. Nog één keer gestopt aan zee voor wat mooie foto’s. Hier was duidelijk te zien wat al die orkanen in de loop der jaren met de natuur hadden gedaan. Afgerukte boomstammen en boomstronken lagen op het strand.

Na een tijdje kwam ik uit in Apalachicola, een historisch vissersdorp. Dat was zeker niet onaardig. Veel tradionele Amerikaanse houten huizen, toeristenwinkeltjes en restaurants. Er liep zelfs nog een wilde schildpad over de weg. Mooie wandeling gemaakt en afgesloten met een beker limonade. Die werd mij aangeboden door een stel op straat springende jongelui die luid schreeuwend bordjes omhoog hielden met de tekst ‘Lemonade 1 dollar’. Opbrengst kwam ten goede aan de Church of Pentecoastal Holiness. Ook hier draaide weer alles om de kerk. Veel verstand van marketing hadden die gasten niet. Letters op hun bordjes te klein en ze stonden precies bij hun limonadetafel met hun bordjes. Passerende auto’s zagen dat veel te laat. Omzet had makkelijk het driedubbele kunnen zijn. Dat heb ik ze niet verteld. Ik wilde hun feestje niet verpesten. Met een vriendelijk ‘God bless you’ werd ik bedankt voor mijn aankoop.

Verder over de highway. Ik passeerde de volgende tijzone. Klok een uur terug. Zeven uur vroeger dan in Nederland. Nadeel is dat het nu al om half acht donker is in plaats van half negen.

Uiteindelijk kwam ik in Panama City aan. Dat klonk exotisch maar bleek het niet te zijn. Een lange rij motels, typische winkels voor in een badplaats en fastfoodketens was het. Er was een motorevenement aan de gang en daardoor ontzettend druk en rumoerig. Goed uitkijken ook op de weg. Wanneer motorrijders zich in groepsverband bevinden is de weg van hun en niet meer voor de rest bedoeld. Ze halen de gekste manoeuvres uit om maar bij elkaar te blijven rijden. In Panama City Beach heb ik aan het strand gezeten. Het was er erg winderig en nog steeds bewolkt. Tegenover het strand lag de Wendy’s. Ideaal voor een maaltijd.

Weer door en nog één stop bij een wandelpad in het bos. Ik koos voor het 3 mijl pad. Dat ging nog wel lukken voor het donker. Helaas moest ik halverwege weer terug. Het pad was op dat punt iets te volgelopen met water en ik had geen zin in allerlei gekke handelingen om dat te ontwijken. Weer terug bij de parkeerplaats kwam ik nog twee andere wandelaars tegen. Ze vroegen of ik een paar mooie foto’s had kunnen maken. Helaas niet. Kwam door de regen van afgelopen dagen zeiden ze. Er waren in de voorbije weken wel degelijk vogels, ratelslangen en wasberen te zien geweest. Jammer dat ik die niet had gezien.

Als laatste volgden er nog best wat kilometers Higway 98. Een druk stuk met aan het eind nog een brug van zo’n 4 kilometer en toen zat ik in Pensacola. Motel 6 voor deze nacht 38 dollar. Helaas geen internet in de kamer en dus maar even buiten het signaal van een ander afgepikt.

zaterdag 1 mei 2010

Dag 8: 30 april 2010 - Crystal River/Cedar Key/Lake Park


Het was wat rumoerig vannacht in het motel. Op straat vonden werkzaam- heden plaats en tot een uur of drie waren en flinke bastonen te horen van een of andere disco. Geen idee waar. Verder prima hotel.

’s Ochtends uitgecheckt. Helaas geen koffie meer. Ontbijt was tot 9.00 uur. Tja, je kunt weleens pech hebben. Ik was wat later vertrokken omdat er op de route van vandaag weinig bijzondere plekken te zien zouden zijn. Het ontbijtje heb ik onderweg genomen bij de McDonald’s ergens in de regio Tampa. Kopje koffie en de bekende burrito en mcmuffin. Deze keer inclusief hete saus. Lekker in combinatie met koffie. In het restaurant had zich inmiddels ook de working poor verzameld. Arbeiders met tatoeages in oude spijkerbroeken en t-shirts met vismotiefjes.

Na het ontbijt weer de weg op. Dat viel even tegen. Het stoplicht op de eerste kruising werd niet meer groen. Na 5 minuten wachten dus maar de andere kant opgereden en via een u-turn weer gekeerd. Aan de linkerkant kon je dezelfde auto’s nog steeds zien wachten voor het stoplicht. Lachen!

De afgelopen dagen had ik wat huiswerk gedaan en was tot de conclusie gekomen dat er tussen Tampa en Tallahassee weinig te zien was. Dat bleek ook waar te zijn.

Eerste stop ergens aan zee. Via de Fort Island Trail ter hoogte van Crystal River. Bleek een mooi ongerept stukje natuur te zijn. Er zaten wat mensen op het strand en er werd gebarbecued hoewel het niet al te zonnig was. Ze hadden er een mooi houten wandelpad aangelegd door een palmenbos, een pier om te vissen en er waren veel vogels te zien. Dat allemaal voor niks. Deze stop was niet gepland. Puur op gevoel naartoe gereden. Geen verkeerde keus.

Via de US 19 verder naar het noorden. Een arm gebied gezien de vele kerken en woningen die soms meer op woonwagens leken. De kerk is voor veel Amerikanen de enige houvast in hun leven. Uiteindelijk ben ik afgebogen naar Cedar Key. Die plek kwam uit een reisgids. Viel eerlijk gezegd tegen. Een te rustig vissersdorp. Er was een historisch museum. Gewoon wat oud spul buiten en dat kon je bekijken. Leek me niet zo boeiend. Wel een wandeling gemaakt door het dorpje en een paar foto’s gemaakt, beetje rondgereden on te kijken of er misschien toch nog iets te doen was. Maar nee, en dus verder.

Daarna auto weer volgetankt en late lunch bij Kentucky Fried Chicken. Die smaakte hetzelfde als bij ons in Tilburg. Half lauw en vrij droog. Minpunt voor de kok.

Via een aantal rijkswegen ben ik door het binnenland van Florida verder gereden. Dat was een gebied met vooral veehouderij. Zo zie je toch hele andere dingen dan palmbomen en mooie stranden. Het was geen gebied waar veel toeristen kwamen. Bezienswaardigheden ontbraken. De Here Jezus was hier weer goed vertegenwoordigd. Zowat om de kilometer een kerk met allemaal dezelfde namen: Church of God en First Baptist Church. Inmiddels werd het steeds vochtiger en de lucht donkerder. Het ging regenen. Geen probleem want er was toch weinig te zien.

Logeerplek voor deze avond werd Motel 6 in Lake Park. Net een paar kilometer over grens in Georgia. Dat had ik zo gepland omdat er in Tallahassee niks meer onder de 200 dollar te krijgen was. Waarschijnlijk een festival of beurs aan de gang en dan heb je dat wel vaker. Prijs voor dit motelletje hier: 34 dollar. Echt een weggeefprijsje. Daar kun je wel wat kilometers voor omrijden.

vrijdag 30 april 2010

Dag 7: 29 april 2010 - Naples/Captiva/Tampa


Vannacht heb ik goed geslapen in de grote Red Roof Inn hotelkamer. Na het uitckecken nog een lekker bakje koffie in de hotellobby. Ja, deze keer echt goed van smaak. Versgemalen bonen zelfs. IJsklontjes gehaald uit de ijsmachine en on the road again.

Als eerste Naples verkend. Info gehaald bij het welcome center. Parkeren was op de meeste plekken gratis en daar maak je dan als Nederlander natuurlijk gebruik van. De hoofdstraat 5th Avenue was een historic district. Wat oude gebouwen opgeschilderd in lichte kleuren. In de straat bevonden zich boetiekjes, veel banken en restaurants. Ze hadden er een voorliefde voor Italiaanse restaurants. Niet zo verwonderlijk, want ik was hier tenslotte in Naples. Een andere bezienswaardigheid in het stadje was de oude pier. Gebouwd in 1888 maar diverse keren verwoest door orkanen. De huidige pier stamt uit 1960. Je had er een mooi zicht op de zee en het strand. Het was er erg rustig. Niet vreemd, want de zon scheen niet. Na het bezoekje aan de pier heb ik met de auto nog wat gezigzagd door de aanliggende woonwijk. Dat kan makkelijk met die Amerikaanse straatindeling. Dit was een buurt met flinke villa’s. Ook niet zo gek, want Naples staat bekend als een chique badplaats. Het stadje telt circa 55 golfbanen. De mensen waren er ook chique. Vrouwen met geblondeerd haar, veel lippenstift en een ietwat arrogante blik en vrijwel alle mannen droegen een poloshirt.

Verder richting noorden. Ik besloot om eens naar Captiva te rijden. Een eilandje in zee bereikbaar via een tolbrug ($ 6). Daar eerst bij de 7 Eleven twee taquitos (krokante deegrolletjes met vulling) en twee hotdogs (die je zelf mocht versieren met zure groenten en sausjes) gehaald. Heerlijk weer. Amerika is echt een food lovers' paradise. Captiva bleek een ontzettend mooi eiland te zijn. Heel groen met veel planten en palmbomen en weer grote villa’s. Ik ben helemaal tot het eind van het eiland gereden. Daar de auto geparkeerd, schoenen uit en een wandeling over het strand gemaakt. Erg druk was het niet hoewel de zon inmiddels wel zo af en toe scheen. Een mooie reiger gezien en op de foto gezet. Een van de vissers ving er zelf een baby hamerhaai. Hij durfde hem met zijn handen niet los te maken. Er moest een tangetje aan te pas komen. Ook dat beest staat op de foto.

De roadtrip ging verder, weer over de brug terug, en nu via de snelweg I-75 naar Tampa. Flinke afstand nog van zo'n 270 kilometer. Al die binnenwegen en lokale wegen zijn leuk als je iets wil zien, maar ze schieten voor geen meter op en dus blij met dat stukje snelweg. Toen ik in Tampa aankwam was het al half zeven. Nog net genoeg tijd om voor het donker een stevige wandeling door downtown te maken. Er stonden hoge kantoorgebouwen met veel glas. Er was een riverfront (boulevard langs de rivier) en zelfs een historische tramlijn. Best leuk dus. Vanwege het late tijdstip was het er redelijk uitgestorven.

Om kwart voor acht zat ik in het hotel (Rodeway Inn Tampa voor slechts 40 dollar). Aardige receptionist die over Nederland en Europa veel wist. Hij vond het Nederlandse accent zo mooi en had het over woordjes als ‘hutspot’ en ‘sleutel’. Er volgde een gesprek waarbij zowat de hele aardbol de revue passeerde en het klopte eigenlijk allemaal.

donderdag 29 april 2010

Dag 6: 28 april 2010 - The Everglades


De dag zou gaan beginnen met een lekker bakkie koffie. Koffiezet- apparaat en filter met koffie waren aanwezig in de kamer dus er kon niks meer misgaan. Het goedje klaargemaakt en de eerste slok genomen. Maar helaas… Het zaakje smaakte zo teleurstellend dat het linea recta weer in de gootsteen verdween. Gewoon zuur. Toch maar in de lobby koffie gehaald. Natuurlijk ook niet te drinken maar beter dan niets. Er was een continental breakfast. Paar donuts, melk met granen, smeerkaas, jam... Voldoende om de eerste uren op te teren.

In de kamer even zonnebrand en muggenmiddel opgedaan en daarna ging het richting de post office voor wat postzegels. Een lange wachtrij en het zag er allemaal nogal triest uit. Postkantoor en niets meer dan dat. Geen mooie posters aan de wand of mooi interieur. Alles was puur functioneel. Het duurde even en daar kwamen de zegeltjes.

Even tanken en op naar het zuidelijk deel van The Everglades. Natuurlijk eerst gestopt bij het visitors center voor wat folders. Een vrijwilliger die praatte als een Texaanse cowboy wees wat plekken aan op een plattegrond. Vervolgens het park in. Daar heb ik diverse stops gemaakt op mooie plekken. Er waren inderdaad echte alligators te zien. Helaas zaten die alleen in het begin van het park aan een van de wandelpaden. Verderop heb ik ze niet meer gezien omdat het landschap daar voornamelijk uit hardhoutbossen en wetlands (drassig land) bestond. Ook heel veel vogels. Wat lastig te fotograferen van een afstand. Ik heb wat pogingen gedaan en dat resulteerde in een paar mooie plaatjes. Toch maar een keer een grotere lens kopen. Sommige mensen hadden complete telelenzen van een halve meter lang en dan fotografeer je de vogels mooi van dichtbij. Ik heb me in het park prima kunnen vermaken. Erg veel volk was er niet en dus fijn rustig.

Eind van de middag weer verder. Via een gebied met veel landbouw ging het richting het noorden. Overal verkoop van planten en fruit. Na een dertig kilometer boog ik af naar links om via de US 41 naar Naples te rijden. Een erg mooie weg die midden door The Everglades liep. Officieel zat je dan niet in het park maar ik ben toch een enkele keer gestopt en heb aan het water wat mooie vogels en alligators gespot. Dat was het echte ongerepte deel van The Everglades. Jammer dat het bezoekersgedeelte om vijf uur sloot. Er was dus geen tijd meer om echt het park in te gaan en voor een airboat tour (zo’n propellerboot die met een rotvaart door het moerasland scheurt).

Net voor het donker kwam ik in Naples aan. Hotel voor deze nacht was Red Roof Inn voor slechts 50 dollar. Redelijk grote kamer met twee flinke bedden en weer draadloos internet. Wel fijn dat bijna overal internet is. Hopelijk blijft het zo de rest van de vakantie.

's Avonds nog iets gegeten bij de Taco Bell en dat was het dan weer voor vandaag.

woensdag 28 april 2010

Dag 5: 27 april 2010 - The Keys (deel 2)


Het was weer zonnig toen ik opstond. De regen van gisteren was weg. Goede, rustige nacht gehad. Er logeerde volgens mij niemand aan mijn kant van het motel. Eerst maar even een kopje koffie in het motel. Daarna uitgecheckt en toen kon het avontuur weer beginnen.

Op naar Key West, met een paar stops tussendoor. Eerste stop bij een van de vele bruggen. Onder langs de brug gewandeld en weer terug. Paar foto’s gemaakt en weer verder.

Tweede stop in Marathon. Een van de grotere plaatsen op de Keys. Ontbijtje bij de McDonald’s en bij de K-Mart heb ik een grote fles water en wat afwasmiddel gekocht. Meteen vielen mij de prijzen op. 3 Flessen wasmiddel voor 8 dollar. En één fles? Die kostte gewoon 2,67. Je zou verwachten dat je dan de volle mep betaalt. Niet dus. Later nog even naar binnen bij de Winn Dixie voor wat andere producten: koelbox, ice pack, brood, blikjes vis, fruit en yoghurtjes. Altijd maar fastfood dat is ook niks.

Toen ging het verder naar Pigeon Key. Bij het visitors center informatie ingewonnen en meteen 11 dollar betaald voor een bezoek aan het eiland. Pigeon Key wordt met het andere eiland verbonden door een oude brug die niet meer in gebruik is. Ik ben er heen gelopen. Kon ook met de boot maar die vertrok een uur later. Het waren zo’n 3 kilometer. Je kon zo recht de ondiepe zee inkijken. Prachtig mooi. Er zwommen haaien, grote vissen en pijlstaartroggen. Moeilijk te fotograferen omdat ze bijna dezelfde kleur hadden als het zand in de zee. Verder op het eiland rondgekeken. Niks te zien, afgezien van een paar oude gebouwtjes die gebruikt werden door? Ik weet het niet eens meer. Wat maakt het ook uit. Er was nog een rondleiding mogelijk, maar die heb ik niet genomen anders zou ik pas twee uur later met de boot terug kunnen. Veel te laat. Kostbare tijd. Dus om kwart over een de boot terug naar de plek waar ik was gestart. Toen bedacht ik me dat op zo’n boot natuurlijk na afloop iedereen een fooi moet hebben: een dollar voor de kapitein en eentje voor het andere bemanningslid. Zo gaat dat in Amerika. Dat hoort bij het salaris. Even wennen voor ons Nederlanders. Het zorgt er wel voor dat iedereen zijn stinkende best doet om het je naar je zin te maken. Achteraf gezien was het eilandje zelf niet zo de moeite waard, maar de brug erheen en de boottrip weer wel.

Door naar Key West via de Seven Mile Bridge. De belangrijkste Key en daar zou ook het meeste te doen zijn. Dat bleek waar te zijn. Eerst de historische oude haven met weer veel toeristenwinkels. Daarna het bekende betonblok dat aangeeft dat je op het zuidelijkste punt van de Verenigde Staten bent. De hoofdstraat Duvall Street met zijn vele winkels, bars en restaurants. Allemaal in tropische sfeer. Ook nog wat gewandeld door Bahama Village. De plek waar de eerste immigranten uit de Bahama’s zich vestigden. Nu een wijk met kleurrijke houten huisjes. Als laatste de vuurtoren. Entree 10 dollar. Wow, dat was wel erg veel voor een torentje. Dus maar weer de bekende truc met de oude docentenpas uitgehaald. Die doet al jaren dienst als studentenpas. Met het pasje kostte de entree 5 dollar.

Rond 6 uur ben ik vetrokken uit Key West. Nog even gestopt voor een grote vanillemilkshake bij de Burger King. Amerikaans formaat van een liter. Daarna in één ruk door naar Homestead. Reis was zo’n 210 kilometer. Goed te doen met de cuisecontrol. Veel mensen achter mij hadden blijkbaar haast. De ene na de andere verkeershufter schoot voorbij. Ook op momenten dat het eigenlijk niet kon of mocht. Amerikanen rijden rustig, maar niet in Florida. Er is op de rijstijl van de meeste mensen geen pijl te trekken. Ze halen je in en gaan vervolgens weer minutenlang naast je rijden en elke keer zakt de snelheid een beetje. Tot ze het weer beu worden en het gas weer intrappen. Bij het eerstvolgende stoplicht trekken ze weer als een slak op en begint het spelletje van voren af aan. Erg apart allemaal. In het land waar de automobielindustrie zowat is ontstaan is het autorijden zeker niet uitgevonden.

Het hotel voor vanavond: Floridian Hotel Homestead. Slechts 42 dollar. Deze keer een grote kamer. Natuurlijk weer de magnetron, koffiezetter, koelkast en strijkplank.

dinsdag 27 april 2010

Dag 4: 26 april 2010 - The Keys (deel 1)


Het was erg benauwd toen ik vanmorgen naar buiten liep. Gewoon verstikkend. Dat moest op regen uitdraaien.

Eerst maar eens ontbijten. Deze keer het ontbijtbuffet in het hotel. Nou ja, buffet. De meeste motels serveren een continental breakfast. Dat betekent een paar mierzoete donuts, wat cornflakes en het bekende bakje waardeloze koffie. Ik kon er mijn maag mee vullen, maar niet meer dan dat. Geef mij maar een warm ontbijtje bij McDonald’s.

De echte roadtrip begon vandaag: The Florida Keys. Om een uur of negen reed ik al aan richting Key Largo via de US Highway 1. De agglomeratie hield maar niet op. Het ene tankstation na het andere, garages en fastfoodketens tot in Homestead. Daar boog ik af naar links om via de tolbrug ($ 1) naar de Keys te rijden. Meteen was de weg leeg. Op een paar tegenliggers na. Links en rechts water en vegetatie.

Eerste bezoekje was aan het John Pennekamp Coral Reef State Park. Toegang $ 4,50. Dit is vooral interessant voor duikers en snorkelaars die het koraalrif willen zien. Ik koos voor de wandelpaden. Die vielen eerlijk gezegd tegen. Het waren er maar twee. Ze liepen door het hardhoutbos. Er zullen best af en toe mooie dieren en vogels te zien zijn, maar ik zag ze niet op dat moment. Op een vlinder na dan. Die vloog weg toen ik mijn camera trok. Het begon inmiddels te regenen. Niet een klein beetje maar hard. Toch even de regen getrotseerd om het tweede wandelpad door het bos op te lopen. Hoe ver het doorliep weet ik niet. Bij een open weiland ben ik gestopt met wandelen. Inmiddels was ik zeiknat en dus terug naar de auto om droge kleren aan te trekken. In de auto even gewacht en nog even gewacht. Het hield niet meer op met regenen. Van ellende dus maar vertrokken richting Islamorada.

Het was geen mooie route naar Islamorada. Het mooie deel begon pas ten zuiden ervan. Wist ik veel. De stortregens vormden grote waterplassen op het wegdek. Het zicht was soms wel heel beperkt. Uiteindelijk gestopt bij de Burger King om te lunchen en vervolgens naar het visitors center voor wat informatie. Mevrouw wist me goed te informeren. Alles was natuurlijk fantastic en amazing en zeker niet te missen. Eindelijk werd het droog. Omdat de dag nog lang was besloot ik iets verder door te rijden naar beneden. Was eigenlijk pas voor morgen bedoeld, maar om toch nog iets moois te zien dus vandaag maar vast. Paar keer gestopt langs de weg voor mooie foto’s van het heldere water in de kleuren groen en blauw. Anne’s Beach bezocht om met de voeten even het water in te gaan. De watertemperatuur was best aangenaam.

Tegen het eind van de middag weer teruggereden naar Islamorada richting het Harbor Lights Motel. Beetje oud en vervallen onderkomen met een kleine kamer. Wel netjes schoon. Motel lag aan het water. Dat was mooi. Inmiddels begon ook de zon een beetje te schijnen. Nou ja, twee minuten. Toen was het weer over.

's Avonds nog wat tv gekeken. Dat hoort ook bij vakantie. Beetje hangen en later nog een pizza met pepperoni en jalapeño's gehaald bij Domino's. Uitstekend! Ook nog even het reisverslag getypt buiten op een bankje. Het internetsignaal haalde het helaas niet tot in de motelkamer.

Conclusie voor vandaag: jammer van de regen. Te weinig kunnen zien daardoor.

zondag 25 april 2010

Dag 3: 25 april 2010 - Miami Beach / Coconut Grove


Het kost soms wat moeite om je te realiseren dat je hier in Amerika bent. Er zijn zoveel andere culturen en de voertaal is toch echt Spaans. Daarom besloot ik de dag te beginnen met een Amerikaans ontbijt. Gewoon bij McDonald's: een breakfast burrito (hoewel een burrito ook weer Mexicaans is), een sausage mcmuffin en een kopje slappe koffie. Allemaal one dollar items en dus een goedkoop ontbijtje.

De eerste toeristische trekpleister was Miami Beach. Om negen uur was ik al daar. Prima tijdstip want op zaterdag- en zondagmiddag kun je er geen parkeerplek meer vinden. De auto aan de weg geparkeerd voor 4 uurtjes (5 dollar) en te voet het gebied verkend. Eerst natuurlijk de bekende, kleurrijke gebouwen in art deco stijl en vervolgens een lange wandeling over het strand. Het begon er intussen al aardig druk te worden. Na een tijdje even gezeten op het zand van het strand. Had helaas geen handdoek bij.

Het was benauwd vandaag, heel benauwd. Temperatuur tegen de dertig graden en hoge luchtvochtigheid. Ik kreeg er nogal dorst van en daarom was het tijd voor een verse frambozenmilkshake. Waarom zo'n ding ruim 5 dollar moest kosten snap ik nog steeds niet. Er zat geen gouden randje omheen.

In Miami Beach zijn veel winkels en eetgelegenheden. Daar heb ik nog wat langs gewandeld. De bekende straten als Washington Blvd en Española Way.

Net na het middaguur werd het tijd voor de lunch. Deze keer Dominicaanse stijl: 2 empanadas (pasteitjes) met kip en rundvlees en een kippensoep (met pasta, wortel, knoflook en kipstukken erin). Lekkere maaltijd!

Er stonden nog twee trekpleisters op het programma. Eerst Coral Gables: een rijke buurt met villa's en kanalen. Er lagen best wat leuke gebouwen. Mooi beschreven in de reisgids ook. Overal komen was een ander verhaal. Omdat het een woonwijk was ontbrak het er aan parkeerplekken. Parkeren waar het niet mag dat doe je in Amerika niet. De waarschuwingsborden vliegen je om de oren. Er staat nog net geen doodstraf op zullen we maar zeggen. Met wat moeite kon ik toch een paar leuke foto's maken: Congregational Church, Biltmore Hotel, Chinese Village en de kanalen. Alleen al door de wijk rijden was de moeite waard.

Op korte afstand van Coral Gables ligt de toeristische trekpleister Coconut Grove. Een gebied met restaurantjes, toeristenwinkels en een kleine shopping mall met live muziek. Zelf hou ik niet zo van dit soort dingen. Het is leuk voor gezinnen met kinderen, maar niet voor de avontuurlijke reiziger.

Hierna nog een bezoekje gebracht aan de Ermita de la Caridad. Een apart vormgegeven kerk van de Cubaanse gemeenschap.

Ik wilde nog de Vizcaya Gardens bezoeken. Een mooie grote villa met tuinen. Helaas kon je daar op zijn laatst om half vijf naar binnen en het was al tegen vijf uur.

Aan het begin van de avond weer terug naar het hotel. Reisverslag bijwerken, foto's kopiëren en de planning voor de volgende dag doornemen.

Het diner vond vanavond plaats bij Pollo Tropical. Pollo is Spaans voor kip. Je zou dan denken dat ze er alleen kip verkochten. Dat bleek niet zo te zijn. Het menu voor vanavond bestond uit een burger met magere stukjes varkensvlees. Heel apart. Nog nooit gegeten. Daarbij kronkelfriet en een beker cola.

Daarna weer naar buiten voor een korte wandeling door deze gezellige buurt. Er was vanalles te zien: een man die zijn laatste restjes even op de grond uitkotste, automobilisten die pas op het laatste moment zagen dat door de wegopbreking de weg van twee in één rijstrook veranderde en divers zwerfvolk. Tot slot ben ik nog naar de baai gelopen. Die lag op 300 meter van het hotel. Je had er een mooi uitzicht op de brug naar Miami Beach en in de verte zag je Miami Beach liggen.

zaterdag 24 april 2010

Dag 2: 24 april 2010 - Miami


Het kostte wat moeite om vannacht te slapen. Ik was 24 uur wakker geweest en dan is het extra lastig. De dubbele espresso van het vliegveld hielp daar natuurlijk ook niet aan. Meteen kwam ik erachter wat ik vanuit Nederland vergeten was: oordopjes. Niet zo'n ramp, maar toch. Amerikaanse motels hebben altijd één probleem. 's Nachts draait er altijd wel ergens een generator op volle toeren die te veel geluid maakt. Na verloop van tijd wen je eraan.

's Ochtends meteen naar downtown. Eerst 20 minuten lopen vanaf het hotel naar de metro mover (een monorail die het financiële district verbindt). De rest verder te voet.

Het begon allemaal met een ontbijt in een lokale eettent. Bij nader inzien bleek het een Peruaanse tent te zijn. Er werkten een Chinese dame en twee Peruanen. Ontbijt bestond uit een broodje met gebraden kip en een zelfgemaakte saus door de chinese vrouw. Een combinatie van ají (hete peper), knoflook, azijn en ui. Best lekker. Daarbij een mierzoete koffie. Naast me zat een Mexicaan en dat is altijd gezellig. Holanda kende hij van de koeien maar ook niet meer dan dat. Het kostte enige moeite om hem uit te leggen dat het land niet in de buurt van Zwitserland lag en dat de paus er ook niet vandaan kwam. Volgens hem moest ik maar een Cubaanse vrouw gaan zoeken in Amerika. Die hadden allemaal veel geld omdat ze bij de bank werkten.

Na het ontbijt wat rondgewandeld door downtown. Dat is geen toeristentrekker. Hoge kantoorgebouwen en niet meer dan dat. Het winkelgedeelte in downtown bestaat uit een aantal straten met goedkope winkels en Latijns-Amerikaanse eetgelegenheden. Dat is dan wel weer gezellig.

De Bayside Market stond ook nog op het programma. Een winkel- en restaurantgebied aan de haven. Er toeristisch, maar je moet het gezien hebben.

De lunch vond plaats in een Cubaanse bar. Een tonijnsalade met een glas cola. Als afsluiting een mierzoete Cubaanse espresso.

Al die eettentjes zijn allemaal fantastisch en zo ook de mensen. Latino's hebben een open persoonlijkheid en tonen altijd interesse in Europeanen en als je Spaans spreekt hoor je er nou eenmaal snel bij.

Dan was er aan het eind van de middag nog Calle Ocho, ook wel Little Havana genoemd. De glorietijden van die wijk zijn inmiddels ook voorbij. Er was weinig te doen. Hoewel, ik ging even een versgeperste jus drinken, en toen ontstond er een gesprek met twee Cubanen. Aardige mensen. Zo aardig dat een van de mannen mij wat heeft rondgeleid door de wijk en in zijn kleine huisje heb ik nog twee kopjes verse Cubaanse koffie gedronken. Hartstikke leuk dat soort dingen daar moet je niets achter zoeken. Oké, de man was wel ontzettend homo, dat wel. Liep als een vrouw en praatte als een vrouw, maar hij heeft me toch mooi rondgeleid door de buurt en zo zie je andere dingen dan de toeristische trekpleisters. Op een gegeven moment moet je er ook weer vanaf. Ik kon eventueel nog mee naar zijn een kennis, nog wat eten, enz. Het was wel genoeg zo. Dus excuses verzinnen om te vertrekken. Je zegt nooit recht in iemands gezicht "nee" of "ik ga". Dat is typisch Nederlands. Er hoort een excuus bij. Dat heb ik in Spanje geleerd en gaat in heel veel culturen hetzelfde.

Rond halfacht was ik weer in het hotel terug.

Dag 1: 23 april 2010 (AMS-MIA)


's Ochtends om 9.15 ben ik in de trein gestapt naar Schiphol. Bij aankomst eerst even ontbijt genuttigd: een kaasbroodje en koffie.

Toen vond ik het tijd om in te checken. Dat was nog een heel karwei. Thuis had ik al geprobeerd om online in te checken, maar het lukte niet. Dus maar bij de incheckpalen van de KLM. Dat ging ook niet. Ondertussen aangesloten bij de wachtrij voor de incheckbalie en toen kwam er al een vriendelijke mevrouw langs die met mijn paspoort en reservering het wel even ging uitzoeken. Helaas. Ook niet in het systeem en door naar de incheck. Maar weer helaas. Geen reservering. Opnieuw naar de balie waar de tickets worden verkocht en gewijzigd, maar die mevrouw kon mij weer niet vinden. Scheen wel vaker voor te komen bij Delta en Alitalia. Die maakten er volgens haar altijd een puinhoop van. Na wat heen en weer gebel kwam het toch nog goed. Ik werd opnieuw ingeboekt en het feest kon beginnen. Vreemd allemaal. Mijn reservering was helemaal verdwenen uit het systeem. Nog jammerder dat mijn gekozen stoel dus al weer vergeven was. Zelf kies ik altijd gangpad vanwege beenruimte. Maar het kon alleen nog maar middenpad worden tussen een paar mensen in.

We vertrokken met een bijna een uur vertraging die we op de vlucht konden inlopen. De meneer naast me was niet blij. Hij zou het tuig wel even allemaal in elkaar slaan omdat ze hun werk niet fatsoenlijk deden. Dat beloofde dus nog wat. Gelukkig werd meneer weer rustig en haalde hij het ook tot in Miami.

Douane op Detroit weer standaard. Gedetailleerd uitleggen wat je komt doen en vooral gedetailleerd vertellen dat je veel werk hebt in Nederland. Zodra iemand twijfelt of onzeker wordt, volgen er alleen nog maar meer vragen. Ging gelukkig allemaal prima. Paar minuten werk.

Ook in Detroit vertrokken we weer met een vertraging. We landden uiteindelijk rond 22:40 lokale tijd in Miami. Koffers gehaald, dubbele espresso gepakt en naar Dollar Rent a Car. Ik heb een rode Chevrolet Aveo gekregen en die rijdt weer net zo lekker als al die vorige auto's in Amerika.

Hotel ligt op zo'n 15 minuten van het vliegveld. Eerst stukje snelweg en daarna net voor de tol eraf. Dan zie je pas echt wat voor een armzalige bende het weer is. Vage figuren op straat en de verpaupering van de infrastructuur heeft er ook hard toegeslagen. Onderweg al zo'n 10 politiewagens met sirene tegengekomen, zowel stilstaand als rijdend. Ik had al direct het idee dat dit het echte Amerika uit de filmwereld was. Het Amerika van gangsters en wildwest taferelen.

Hotel is wat oud, maar wel schoon. Standaard weer met tv, magnetron, koelkast en strijkplank.

Genoeg voor vandaag. Hier is het 1:35, maar voor mij eigenlijk 7:35.
Morgen bij daglicht de rest en de eerste foto's...

vrijdag 23 april 2010

De reis gaat bijna beginnen


Het was even spannend afgelopen week of het allemaal wel zou gaan gebeuren. Uiteindelijk is er niks meer aan de hand. Vluchtschema's zijn weer op orde en dus kan de reis beginnen. Het vliegtuig vertrekt om 14.40 vanaf Schiphol. Eerst naar Detroit en dan met een overstap naar Miami waar ik 's avonds om 22.20 aankom. Dat is 4:20 's nachts Nederlandse tijd. Het is daar 6 uur vroeger dus.

De weersvooruitzichten voor Miami zijn goed. Overdag 29 graden en 's nachts 23. Best benauwd. Gelukkig is er altijd airco in het hotel.

Volgende bericht op 24 april (als het draadloos internet in het hotel werkt).

maandag 8 februari 2010

Welkom!


Welkom op mijn weblog!

De volgende Amerika-reis komt er weer aan.

Datum: 23 april 2010 t/m 16 mei 2010. Heenvlucht Amsterdam-Detroit-Miami en terug Miami-Rome-Amsterdam.

Globale rondreis: Florida, Alabama, Louisiana, Tennessee, Georgia, North Carolina, Florida.

Hotel eerste drie nachten: Midtown Inn op 3400 Biscayne Blvd. in Miami ($ 150 + tax).

Huurauto via usareisen.de. De kleinste soort (2-deurs) voor 432 euro (22 dagen). Koopje!

Totale afstand: circa 6.000 kilometer. Een druk schema dus, maar uitrusten doe ik thuis wel en niet op vakantie. Mocht het teveel worden, dan kan de reis ter plekke wat ingekort worden.