Vandaag stond er een reis gepland van circa 380 kilometer. Deels via de kust naar Miami. Natuurlijk begon ik met het continental breakfast in het hotel.
Om de kust te bereiken had ik de US-192 genomen. Na het verlaten van het drukke deel bleek het een redelijk snelle verbinding. Tolvrij en je zou nog eens wat zien. Dacht ik tenminste. Het zicht bleek niet zo geweldig te zijn. Er vlogen zoveel insecten tegen de auto aan dat het geen enkele zin had om de ruiten te sproeien. Iedereen had hier last van. De voorkant van de auto was een grote begraafplaats. Ter hoogte van Melbourne reed ik de snelweg I-95 op. Het schoot iets beter op. In Palm Beach ben ik eraf gegaan.
Aangekomen in Palm Beach moest er getankt worden. Het lampje brandde al geruime tijd en ik wilde niet onderweg al tanken. Liever bij het eindpunt. Normaal geen probleem. Het boekje van de auto zei: “Als het lampje brandt zit er nog circa 6 liter benzine in de auto.” Meestal zijn er tankstations zat. Ik vond er een. Helaas was er geen benzine. Het druksysteem van de pompen was kapot. Ander tankstation dan maar. Tomtom wees me de weg naar de Shell. Het bekende gele Shell-gebouw stond er, maar de pompen waren verdwenen. Dat ging lekker. 2,5 Kilometer verderop het weer eens geprobeerd en daar lukte het. Met 10 dollar moest ik het wel halen tot morgen bij het vliegveld.
Ik heb meteen bij een broodjeszaak in de buurt gegeten. Twee sneeën bruinbrood met tonijnsalade (die lekkere Amerikaanse weer) en een paar blaadjes sla. Voor de variatie hadden ze er een half doorgesneden augurk naast gelegd. Je betaalde hier meer voor de naam en de presentatie van de boterham. Het ding kostte ongeveer 6 dollar. Daar maak ik er thuis heel wat voor. Er zat zoveel tonijn op dat je er goed vol van zat. Dat dan weer wel.
Palm Beach bleek een bijzonder nette badplaats. Iets te netjes. Het was meteen duidelijk waar al die miljoenen waren gebleven die tijdens de kredietcrisis waren verdampt. Ze zaten hier in onroerend goed en dikke auto’s. Veel politie voor de veiligheid, nette wegen. Heel wat anders dan die totaal verrotte straten in de buitenwijken van de grote steden. Voor Amerika geldt gewoon: Daar waar flink geld wordt binnengeharkt, ziet het er piekfijn uit. De rest is meestal een afgetrapte bende.
Deze badplaats leverde weer mooie foto’s op. De kerk met zijn mooie tuinen en binnenplaats was de mooiste plek in de stad.
De lucht was vandaag erg vochtig. Kon je merken met ademen. Het leek wel of je ademhaalde boven een pan stomend water. Regen bleef weer uit. Een enkele keer viel er een verdwaalde druppel.
Over de bekende Highway 1 ben ik naar het zuiden gereden. Volgende stop Fort Lauderdale. Een hele bekende badplaats die vooral door de jeugd wordt bezocht. Echt zo’n badplaats van het type Baywatch. De mensen moesten er vooral mooi en hip zijn.
Auto geparkeerd voor maar vier kwartjes per uur en de boulevard verkend. Een levendig geheel. Het leverde leuke foto’s op. Helaas scheen de zon bijna niet. Het werd er alleen maar vochtiger op. Wel stond er veel wind. Toch lagen heel wat mensen op het strand.
Inmiddels was het tijd om te dineren. Nog een keertje iets echt Amerikaans. Een cheese steak. Dat is een zacht stokbrood met gehakt en gesmolten kaas. Ik heb hem op het terras opgegeten. Aardige ober ook. Kwam van Hongarije en vertelde een heel verhaal over orkanen.
De rest van de route liep eveneens over de US-1 terug naar Miami. Het hotel voor deze nacht lag aan Biscayne Boulevard (Motel Blu voor een prijsje van 49 dollar). Zelfde straat als waar ik de eerste drie nachten een hotel had. Deze keer aan een ander stuk. Het bleek een prima kamer met aparte keuken.
Een mooi stukje Amerika was het vandaag weer.
Weinig zon? Ik zie toch blauwe plekken in de lucht. Hebben we hier al weken niet meer gezien. Hoewel vandaag eindelijk weer eens, maar dan wel bij 14 graden en (bijna) nachtvorst. Inderdaad een mooi stukje Amerika. Die stranden zijn echt mooi.
BeantwoordenVerwijderenGroetjes Liset