zondag 9 mei 2010

Dag 16: 8 mei 2010 - Great Smoky Mountains


Om half acht ben ik opgestaan, gedoucht en een bakje cornflakes met melk plus een koffie genomen in het hotel. Na het uitchecken kon het avontuur weer beginnen. De dag begon met veel zon. Hier lagen de temperaturen een stuk lager. ’s Ochtends was het zelfs fris. De zon zou niet meer weggaan.

De Great Smoky Mountains lagen nog best een eind weg. 245 Kilometer om precies te zijn, maar wat stelt dat nou voor in Amerika. Ik heb Chattanooga zelf niet meer bezocht. Er was wel een heleboel te doen, maar dan zou het reisschema vertraging oplopen. Andere keer dus. Een groot deel van de route liep over de snelweg. De laatste 35 kilometers moesten over de highway en die was druk. Ik passeerde Pigeon Forge. Een grote toeristische poppenkast. Hotel, motel, kermisattractie, museum, restaurant. Het hield maar niet op. Je kon het zo gek niet bedenken of het was er. Alles te uwer vermaeck.

Om elf uur kwam ik aan in The Great Smoky Mountains. Het trekt elk jaar ruim 9 miljoen bezoekers. Twee keer zoveel als de Grand Canyon en is daarmee het meest bezochte national park van Amerika. Bij het visitors center in Gatlinburg (spreek uit: Getlinburg) kocht ik een grote plattegrond van het park. De entree was gratis en het zou ontzettend druk worden.

Ik knipte een eerste mooie foto van de vergezichten. Inmiddels zat ik op de weg naar Cades Cove, een rondweg van 11 mijl door een dal. Het was nog best een stuk tot aan de rondweg. Eenmaal aangekomen dacht ik: "dat doen we wel even". Rondje rijden, mooie foto’s maken en naar het volgende punt. Snel merkte ik dat het zo niet werkte. Regelmatig ontstonden er kleine files. Al gauw kwam ik erachter waarom. Er had iemand een zwarte beer gezien en iedereen zou en moest dat beest fotograferen. Ik ook natuurlijk, maar dan stopte ik wel iets verderop om vervolgens terug te lopen. Kleine moeite voor mij, maar voor sommigen in dit land is lopen een scheldwoord. Zo zou het nog een paar keer gaan. Het was een ontzettend mooi stukje rijden. Inclusief stops duurden die 18 kilometer uiteindelijk ruim 3 uur.

Zelfde weg terug en naar de hogere delen van het park: de Newfoundland Gap Road. Uiteraard met een paar fotostops tussendoor. Er liep een andere weg richting een nog hoger gebied, maar die was gesloten wegens werkzaamheden. Eenmaal aangekomen boven was het al half vijf. De tijd ging erg snel. Het uitzicht was er weer onbeschrijflijk mooi. Ik ben nog een stuk verder naar boven gelopen over een deel van het Appalachian Trail. Dat is een voetpad van meer dan 3.000 kilometer dwars door de bergen. 500 Meter was ook wel genoeg voor een schitterend mooi uitzicht. Hier zat je precies op de scheidingslijn van de staten Tennessee en North Carolina.

Om kwart over zes ging ik naar ‘huis’. Mijn hotel lag in Norcross, net boven Atlanta en 265 kilometer verderop. De tomtom zei 3,5 uur rijden. Uit ervaring wist ik dat het minder was. Het werden 2 uur en 45 minuten over vele highways in een groen landschap. Tientallen kilometers ging het alleen maar omlaag. Ook nadat ik het park had verlaten. Er leek geen eind aan te komen. Zaten we dan zo hoog? Blijkbaar wel. Klokslag negen uur stond ik bij het Days Inn. Weer een Sonderangebot deze keer: twee nachten 69 dollar en een nette kamer met alle voorzieningen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten